09-04-09

citaat Bijbel

Beste,

in de bijeenkomsten van eigentijds spiritueel leraar Adyashanti citeert hij verschillende Meesters.  Dikwijls gaat het om leraren uit de non-duale tradities, zoals Ramana of Nisargadatta of soms ook wel eens de Zen-monnik Dogen die met de Shobogenzo een onnavolgbare tekst van non-dualiteit naliet.

Af en toe verwijst hij ook naar de woorden van Jezus, maar dan ook enkel de non-duale betekenis van zijn woorden te doorgronden.

In een recente bijeenkomst weet Adya de geïnteresseerden sterk te inspireren door weer te praten over het probleem van de vereenzelviging met een onechte identiteit : de identificatie met een personage, wiens rol we op dat moment willen spelen, zonder in te zien dat dit niet ons ware zelf is.

Hij citeert Jezus : "Wolven hebben holen in de grond en vogels hebben een nest.  Maar de Mensenzoon heeft geen steen om zijn hoofd op te leggen".

Volgens Adya spreekt Jezus hier over ons mensen :  wij,... in onze vereenzelviging verliezen we ons "ware zelf " Het hebben van een hol in de grond of een nest is het verkiezen van de veilige cocon van een identiteit : bv. een waardevol deel van de maatschappij zijn, of "slachtoffer" zijn,  of gelovig of ongelovig zijn.  Daar vinden we een gevoel van "zijn". Maar het gaat hier om "iets" of "iemand" zijn, niet om gewoon Zijn. 

 Als wij het Zijn (zonder iets of iemand te willen zijn) toelaten en diep laten doordringen tot in onze kern, dan komen we los van de valse identificatie en kunnen we deze doorzien.  Er is enkel Zijn en niet iemand die is...  Dit kunnen we als bevrijdend ervaren en als een wonderlijke ervaring. 

En de echte Meester doorziet zelfs deze bevrijdende ervaring weer : opnieuw is er geen gehechtheid of vereenzelviging.... opnieuw vindt hij geen hol in de grond of een nest (geen identificatie met dit inzicht): hij heeft opnieuw geen steen om zijn hoofd op te leggen.

De commentaren zijn gesloten.